• Beste gast, wij willen dit platform constant verbeteren maar hebben daarbij jouw hulp nodig!
    Wil je een paar minuten van je tijd spenderen aan deze korte enquête?

Interview: Vijf vragen aan… Wikje Muller-Draaistra

Theone Joostensz

Administrator
Moderator
Organisatie
Een (landelijk) programma
Wikje Muller-Draaistra.jpgWie zijn de leden van het Kennisplatform Digitale uitwisseling in de zorg en wat houdt ze bezig? In de rubriek Vijf vragen aan… maak je kennis met een aantal van hen. Deze keer stellen we vijf vragen aan Wikje Muller-Draaistra, CNIO bij VVT-instelling KwadrantGroep in Friesland. ‘Digitalisering moet het werk van verpleegkundigen zo efficiënt en makkelijk mogelijk maken zodat zij goede zorg kunnen leveren. Daar zet ik mij elke dag voor in.’



In de VVT is de functie van chief nursing information officer (CNIO) langzaam in opkomst. Hoe zag jouw route daar naar toe eruit?
‘Ik ben acht jaar geleden begonnen bij KwadrantGroep als wijkverpleegkundige. Daar had ik meteen al affiniteit met verpleegkundig classificatiesystemen en digitaliseren. Toen we na een fusie het digitaal dossier gingen uniformeren, was ik als zorgadviseur bij dit project betrokken, naast mijn werk als wijkverpleegkundige. Wijkverpleging is een heel mooi vak, maar ik miste vaak uitdaging. Ik heb de Verpleegkundige Adviesraad (VAR) opgericht en heb ook een tijdje gewerkt als business analist. Voor het domein Zorg Thuis bracht ik de behoeftes en processen in kaart zodat mijn collega’s van IT betere oplossingen konden bedenken. Maar dat was ook niet precies wat ik wilde. Toen kwam ik in aanraking met het CNIO-netwerk dat destijds alleen voor ziekenhuis-CNIO’s was. Ik heb gevraagd of ik me aan mocht sluiten en ben vervolgens de opleiding voor CNIO gaan doen aan de TU Eindhoven. Per vorig jaar juli is CNIO een formele functie bij KwadrantGroep. Ik ben onder de Raad van Bestuur gepositioneerd, onafhankelijk van zorg en IT, waardoor ik ook op strategisch niveau het mandaat heb om vanuit het verpleegkundig perspectief mijn bijdrage te leveren.’

Wat drijft jou in je werk?
‘De schrijnende situaties die mijn collega-verpleegkundigen dagelijks meemaken omdat ze regelmatig niet over de juiste cliëntinformatie beschikken om goede zorg te kunnen leveren. Toen ik laatst mee op route ging met een gespecialiseerd verpleegkundige werd het weer eens pijnlijk duidelijk hoezeer cliënten hiervan de dupe kunnen zijn. Het ziekenhuis had belangrijke informatie over een terminale cliënt naar onze instelling gefaxt terwijl wij al heel lang faxloos zijn! Na heel veel heen en weer bellen kwamen we daar uiteindelijk achter. Uit boosheid heb ik daar een LinkedIn-post over geschreven, dat is de activist in mij. Op de opleiding noemde iemand mij eens ‘de activistische tijger van de VVT.’

Met welke projecten ben je bezig?
‘Intern hou ik me bezig met proces gestuurd werken. We bieden veel verschillende soorten zorg, met zesduizend medewerkers zijn we een grote organisatie. Het is belangrijk dat we dezelfde afspraken hebben, aan dezelfde dossiervoering doen. Verder adviseer ik gevraagd en ongevraagd op beleid rondom digitalisering en gegevensuitwisseling. Op provinciaal vlak hou ik me bezig met onder meer de gegevensuitwisseling in de avond-, nacht- en weekenduren tussen care en care. We hebben het zo geregeld dat er in de acute nachtzorg één partij op pad gaat. Die kan echter niet in de dossiers kijken van de andere partijen. Ik maak me er hard voor dat we databeschikbaarheid krijgen bij de huisartsen. En op landelijk gebied ben ik bezig met eOverdracht en databeschikbaarheid in het algemeen. Samen met ActiZ, de branchevereniging voor zorgorganisaties in de ouderenzorg, werk ik aan het SNOMED-implementatieplan vanuit onze sector.’

Waar loop je tegenaan?
‘Er wordt best wat gevraagd van verpleegkundigen als het gaat om databeschikbaarheid. Ze moeten hun werk anders inrichten, het dossier beter vullen, gestructureerd vastleggen. Dat kan wel, maar dan wil je ook zien wat het oplevert. Ik hoop dat we pragmatischer te werk kunnen gaan en kunnen laten zien dat databeschikbaarheid een bijdrage levert aan hun vak, aan het klinisch redeneren, aan het samenwerken in de keten.
Waar ik ook tegenaan loop, maar wat door het IZA nu echt beter is geworden, is het gedoe met leveranciers. Vier jaar geleden heb ik huisartsen en IT-leveranciers om de tafel gezet met de boodschap: ga het gewoon fixen, want dit is echt niet te doen. Toen kreeg ik niets voor elkaar. Het IZA heeft er wel ontzettend aan bijgedragen dat de prioritering anders is geworden bij de leveranciers.’

Waar ben je trots op?
‘Als KwadrantGroep zijn we een van de koplopers in Friesland en al jaren bezig met het vullen van de PGO en de eOverdracht. Maar de zorgboerderij hier om de hoek heeft daar geen flauw idee van. Daarom heb ik een Zorgproces- en Informatieberaad in Friesland opgericht waarin veertien VVT-instellingen bestuurlijk zijn geformeerd. Alle IT-managers zitten bij elkaar en ook de mensen die zich op het snijvlak van zorg en ICT begeven, de CNIO’s in de dop, zijn gegroepeerd. Op die manier kunnen kleinere organisaties ook meeliften op onze kennis en ervaring. Omgekeerd hebben wij hen ook nodig: zij kunnen heel snel iets testen wat wij vervolgens kunnen opschalen.’

Heb je zelf een vraag aan @Wikje Muller-Draaistra? Stel deze in de comments en tag haar!

Dit wil je misschien ook lezen:
Vijf vragen aan... Rob Hoogervorst
Vijf vragen aan... Guido Zonneveld
Vijf vragen aan... Pim Volkert
Vijf vragen aan... Marije van Melle
Vijf vragen aan... Peer Goudswaard
 
Terug
Bovenaan